‘Om meer jongeren te interesseren voor civiele techniek, moeten ze éérst weten wat het is’
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze keer: hoe krijgen we meer studenten enthousiast voor civiele techniek?
De vraag naar mensen in de civiele techniek groeit. Hoe groot is die behoefte?
‘Het wordt steeds duidelijker dat Nederland voor een gigantische opgave staat. Ik noem een voorbeeld. Veel bestaande betonconstructies, waaronder bruggen, zijn gebouwd in de jaren zestig en zeventig. Deze constructies bereiken binnenkort het einde van hun technische levensduur en moeten worden herbeoordeeld. Als ze niet veilig genoeg meer zijn, moeten deze betonconstructies eventueel versterkt of vervangen worden. Dat betekent dus dat we meer mensen nodig hebben die hieraan kunnen meewerken.’
Hoe is het vak van civiele techniek veranderd?
‘Het wordt niet meer geaccepteerd om automatisch te zeggen: “We slopen die constructie en maken een nieuwe”. De nadruk ligt nu veel meer op duurzaamheid. Dat heeft voor het ontwerp van constructies grote gevolgen. Je hebt enerzijds te maken met nieuwe, innovatieve materialen, en hergebruik van bestaande elementen of constructies. Aan de andere kant is er ook die hele berg van bestaande constructies die herbeoordeeld moeten worden.’
Kiezen genoeg studenten voor civiele techniek?
‘Zowel op hbo- als wo-niveau is de instroom van studenten te klein. De problemen op hbo-niveau zijn daarbij nijpender dan op universiteiten. Civiele techniek is voor veel jongeren een onbekend vak. Toen prinses Alexia in 2024 switchte naar de bachelor Civiele Techniek in Londen, werd in de berichtgeving hierover telkens uitgelegd wat civiele techniek was. Bij luchtvaart- en ruimtevaarttechniek of architectuur zou dat niet gebeurd zijn.’
Wat zijn voor jongeren redenen om voor dit vak te kiezen?
‘Tien tot vijftien jaar geleden gaven studenten vaak als reden voor deze studiekeuze aan, dat ze als kind al naar die grote gebouwen en bruggen keken. En dat later zelf ook wilden kunnen bouwen en begrijpen. Dat is nu minder. Ik hoor nu meer algemene drivers als technisch bezig zijn en impact maken. Van alle tijden is het dat nieuwe studenten vaak een familielid, vriend of buur kennen die de opleiding heeft gedaan. Blijkbaar is er een persoonlijke link nodig om het vakgebied te leren kennen.’
Hoe kunnen we jongeren beter laten zien wat civiele techniek is?
‘Voor een grotere instroom van jongeren moeten we laten zien wat het vak van civiele techniek inhoudt. We zijn daarom actief bezig met voorlichtingsprogramma’s om een goed beeld van het vak te geven. Daar beginnen we al op de middelbare school mee en zelfs nog vroeger. In Delft hebben we jaarlijks de Science Day. Dat is (ook) voor de jongste kinderen één grote ontdekkingswereld. We leggen uit hoe interessant het vak is: dat het niet stilstaat en dat er nog volop ontwikkelingen zijn. In 2023 is er ook een landelijke campagne Civiele Helden gelanceerd om meer bekendheid aan het vak te geven.’
Wat maakt civiele techniek interessant voor jongeren?
‘Scholieren raken vaker geïnteresseerd in civiele techniek als ze ontdekken hoeveel kanten het vak heeft. Het gaat niet alleen over mechanica en constructies. Ook robotisering, AI, monitoring, uitvoering, duurzaamheid en materiaalgebruik spelen een rol. Juist die complexiteit spreekt studenten aan.’
‘Studenten geven ook aan dat bijdragen aan duurzaamheid een belangrijke overweging is om voor deze richting te kiezen. Beton is veruit het meest gebruikte constructiemateriaal ter wereld. En als je kunt meehelpen aan de verduurzaming hiervan, kan je impact enorm zijn.’
Hoe belangrijk is samenwerking?
‘Om tot oplossingen in complexe projecten te komen, is er veel teamwerk nodig. Tussen technische experts en professionals uit andere vakgebieden, maar binnen de techniek ook met mensen uit een andere discipline. Bij beton bijvoorbeeld heb je altijd de driehoek van constructeur, uitvoerder en betontechnoloog. Dat waren altijd drie relatief gescheiden disciplines. Je ziet steeds vaker dat er meer verbinding moet zijn binnen deze driehoek. Je kunt niet meer in je eigen hoekje zitten en daar je slimme ding doen. Juist die samenwerking maakt het vak rijker.’