Stichting BV/BmS Opleidingen is een samenwerkingsverband tussen de Betonvereniging (BV) en Bouwen met Staal (BmS). Bij ons volg je opleidingen en cursussen die je verder brengen in je carrière als constructeur. Je krijgt les van ervaren vakdocenten uit het werkveld en kunt de opgedane kennis meteen toepassen in je dagelijkse werk. Zo bouwen we samen aan een sterke, kwalitatieve sector die klaar is voor de toekomst.
Bij BV/BmS kun je volledige opleidingen volgen, of losse cursussen over specifieke onderwerpen.
Bij BV/BmS Opleidingen werken we met mensen die kennis hebben, ervaring meebrengen en vooral veel betrokkenheid laten zien. Elke maand spreken we iemand van het team die voor de klas staat of achter de schermen werkt. We vragen waar zij energie van krijgen, waar zij trots op zijn en wat zij willen meegeven aan studenten.
Deze keer spreken we met Jacques Stuifbergen, een docent met een lange en brede loopbaan in de techniek en het onderwijs. Hij begon in de civiele techniek, verdiepte zich in wiskunde en promoveerde op beeldanalyse. Daarna stond hij jarenlang voor de klas bij de Hogeschool Utrecht, waar hij verschillende vakken gaf binnen civiele techniek en geo-informatica.
Sinds 2012 is hij als docent verbonden aan de BV/BmS Opleidingen. In zijn lessen rondom dynamica van constructies combineert hij theorie en praktijk. In dit interview vertelt hij over zijn ervaringen in het onderwijs en deelt hij zijn kijk op het vak en de ontwikkeling daarvan
Hoe is je carrière als docent begonnen?
Mijn carrière als docent startte bij de Avond HTS in Rotterdam (werktuigbouwkunde). Ik weet nog goed dat een van de cursisten mij tijdens de behandeling van de Laplace Transformatie vroeg of ik ook theorievragen m.b.t. de Transformatie zou opnemen in het examen. Mijn antwoord was: “nee, ik wil alleen dat jullie wat meer over de wiskundige achtergrond van deze theorie weten en begrijpen ”. De reactie van de cursist was enigszins ontluisterend: “nou meneer, laat die theorie maar zitten want daar hebben we toch geen tijd voor”. De Avond HTS duurde in die tijd 7 jaar! Dat was even slikken voor mij daar ik in Delft (Civiele Techniek en een paar jaar Technische Wiskunde) juist erg gecharmeerd was van de exacte kant van de techniek.
Na mijn promotie in de signaalanalyse (Universiteit Twente, Faculteit Elektrotechniek) ben ik vrijwel direct als docent aan de slag gegaan bij de HTS Utrecht (Civiele Techniek) en enkele jaren later bij diezelfde HTS bij de opleiding Landmeetkunde (Geodesie en Geo-Informatica). Stagebezoek en afstudeerbegeleiding vormde in de laatste jaren de hoofdmoot van mijn werk bij de HTS (inmiddels Hogeschool Utrecht). Sinds een aantal jaren geef ik met veel plezier les bij de Betonvereniging, onder andere de cursus Inleiding Dynamica van Constructies bij de opleiding Constructief Ontwerpen. Kennelijk zit het docentschap ‘in mijn bloed’!
Wat vind je leuk aan het docentschap?
Ervaren hoe studenten en cursisten zich de stof eigen maken en daar ook voldoening uit halen. Het verkrijgen van inzicht in de materie is volgens mij de belangrijkste taak van de docent. Uiteraard zal er ook het nodige geoefend moeten worden, vooral door te variëren binnen een probleemstelling en daar leent de college-instructie vorm (een beperkte hoeveelheid theorie gevolgd door het maken van opgaven) zich uitstekend voor. Deze manier van doceren was al ruim 50 jaar geleden standaard bij een aantal vakken bij de TU Delft.
Over het algemeen verloopt dat leer- en studieproces bij studenten aan de HTS anders dan bij de cursisten die zich scholen bij een beroepsvereniging zoals de Betonvereniging. Deze laatste groep staat met twee benen in de praktijk en verkeerd ook in een ander stadium van ontwikkeling, zowel intellectueel als maatschappelijk. Maar de kern van het ontwikkelingsproces blijft hetzelfde en daar speel ik als docent een bescheiden rol in.
Wat hoop je dat studenten meenemen na het volgen van jouw vak?
Interesse in het vakgebied en het vermogen om te herkennen wanneer dynamica van constructies relevant is voor de beroepspraktijk. Daarnaast hoop ik dat studenten leren aansluiting te vinden bij verdiepende cursussen, zoals dynamica van vloeren of dynamica van hoogbouw, zoals deze binnen de beroepsvereniging worden aangeboden. De cursus vormt immers een inleiding in de dynamica van constructies. Afhankelijk van de toepassing in de praktijk kan een vervolgstudie of verdiepende cursus daarom in veel gevallen wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn. Tot slot is het doel dat studenten in staat zijn om artikelen in vakbladen (zoals Cement, Bouwen met Staal, e.d.) op het gebied van dynamica van constructies inhoudelijk te beoordelen en te vertalen naar hun eigen beroepspraktijk.
Welke vaardigheden of kennis krijgen de deelnemers na afloop?
Na afloop van de cursus hoop ik dat deelnemers beter in staat zijn om complexe constructies te vereenvoudigen tot een rekenkundig model, waarin de belangrijkste dynamische eigenschappen van een constructie, zoals eigenfrequenties en eigenvormen, op analytische wijze kunnen worden bepaald. Daarnaast vind ik het belangrijk dat zij begrijpen waarop modale analyse is gebaseerd en hoe deze methode wordt ingezet bij het bepalen van dynamische belastingen op constructies. Tot slot krijgen deelnemers inzicht in hoe het effect van een dynamische belasting kan worden gemodelleerd als een extra krachtwerking, zodat zij dit type belasting beter kunnen duiden en meewegen in hun ontwerp- en beoordelingswerk in de praktijk.
Wat maakt deze cursus volgens jou waardevol in de praktijk?
Er zijn veel voorbeelden te noemen waarbij dynamische belastingen een belangrijke rol spelen bij constructies. Ik noem er enkele: bij het ontwerpen van relatief slanke woontorens, bij het ontwerpen van lichte fiets- en voetgangersbruggen, bij het aardbevingsbestendig maken van woningen in gebieden waar mijnbouw (o.a. gaswinning) plaats vindt (of heeft plaatsgevonden), bij het ondervangen van de effecten van trillingen door zwaar verkeer in oude binnensteden en als laatste de invloed van golfbelasting op offshore constructies en golfklappen op zeeweringen zoals de Oosterschelde dam. Voorbeelden van constructies waar dynamische belastingen tot onveilige situaties hebben geleid zijn de Millennium Bridge in Londen, de (ongewenste) trillingen van de tuien van de Erasmusbrug in Rotterdam en hetzelfde gebeurde aanvankelijk bij de Werkspoorbrug in Utrecht. De verwachting is dat we in de toekomst te maken krijgen met extremere weersomstandigheden. De invloed hiervan op het dynamisch gedrag van constructies maakt het aannemelijk dat dit binnen het vakgebied een steeds grotere rol zal gaan spelen bij het constructief ontwerpen.
De cursus Inleiding Dynamica start op 12 mei 2026.
De bouwsector staat voor grote maatschappelijke opgaven. Dat vraagt om constructeurs die complexe projecten integraal kunnen overzien en toekomstbestendig kunnen ontwerpen.
Wil je als werkgever investeren in de ontwikkeling van je constructeurs én hun inzetbaarheid versterken? Dan nodigt BV/BmS Opleidingen je uit voor het webinar over de hbo-master Constructief Ontwerpen op 13 mei 2026 om 12 uur.
In korte tijd krijg je inzicht in:
Meer informatie over het programma of direct aanmelden voor het webinar kan via deze link.
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: waarom doceren niet alleen nodig is, maar vooral leuk – en wat het oplevert.
In discussies over het onderwijs wordt regelmatig het tekort aan docenten in de sector benoemd. Maar één vraag blijft vaak onderbelicht: waarom zou je eigenlijk docent willen worden? Voor hoogleraar Max Hendriks is het antwoord helder. ‘Omdat het leuk is. En omdat je er zelf misschien wel het meeste van leert.’
Hij geeft al zo’n 35 jaar les, gemiddeld vier uur per week, naast zijn werk als hoogleraar. Wat hem drijft? Niet alleen de inhoud, maar juist de interactie. ‘De mooiste momenten ontstaan als je niet alleen kennis overdraagt, maar samen met studenten ergens induikt.’
Waarom zou iemand docent moeten worden?
‘De eerste reden is simpel: omdat het leuk is om kennis over te dragen. Maar er zit ook een heel sterk eigen belang in. De beste manier om iets te leren, is om het zelf te doceren. Dat staat in elke onderwijskundige theorie bovenaan.’
‘Als je iets uitlegt, word je automatisch kritischer. Je gaat anders luisteren, anders nadenken. Je krijgt soms onverwachte vragen en merkt waar je eigen kennis nog niet scherp genoeg is. Dat maakt dat je zelf ook groeit.’
‘Aan de andere kant van het spectrum staat passief leren. Een boek lezen, een beetje wegdromen. Dan beklijft er weinig. Doceren is het tegenovergestelde: je zit er middenin.’
Veel mensen zien doceren als een extra belasting. Klopt dat beeld?
‘Dat snap ik wel. Het kost tijd en energie. Maar ik denk ook dat de andere kant niet altijd goed wordt belicht. Het is niet alleen “iets geven”. Je krijgt er juist heel veel voor terug: nieuwe inzichten, nieuwe contacten, andere perspectieven.’
‘En soms voelen mensen ook een soort plicht – in de goede zin van het woord. Je hebt kennis opgebouwd in je vak. Dan wil je die ook doorgeven aan de volgende generatie. Als we het hebben over een leven lang leren, dan hoort daar eigenlijk ook een leven lang doceren bij.’
Hoe pak je dat zelf aan in de collegezaal?
‘Ik probeer veel discussie uit te lokken. Zeker bij vragen waar geen eenduidig antwoord op is. Dan gebeurt er iets. Studenten gaan elkaar aanvullen, er ontstaan verschillende perspectieven.’
‘Vanmorgen nog had ik een discussie over modelleren, eindige-elementenmodellen. De vraag was: hoe overtuig je iemand ervan dat jouw model klopt? Dan krijg je allerlei antwoorden. De een zegt: ik ga extra controleren en onderbouwen met theorie. Een ander zegt: haal er een onafhankelijke expert bij. Weer een ander zegt: pak het als team op.’
‘Dat soort gesprekken gaan verder dan de theorie. Dan zie je dat kennis echt gaat leven.’
Wat maakt dat leuker dan “gewoon” lesgeven?
‘Omdat je loskomt van droge stof. De theorie is belangrijk, maar de vragen eromheen zijn minstens zo interessant. Hoe pas je het toe? Hoe leg je het uit aan iemand die het niet direct begrijpt? Daar zit de echte verdieping.’
Je geeft les en doet onderzoek. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
‘Op de universiteit is dat een vanzelfsprekende combinatie. Maar ook daarbuiten liggen kansen. Bij BV/BmS krijg je bijvoorbeeld de kans om naast het doceren ook afstudeeronderzoeken te begeleiden.’
‘Je begeleidt een student een-op-een, vaak in samenwerking met een bedrijf. Je krijgt inzicht in actuele vraagstukken uit de praktijk. Dat is voor jezelf ook enorm waardevol. Het is echt een wisselwerking.’
Je geeft al 35 jaar les. Is er een student die je is bijgebleven?
‘Ja, zeker. Een student die altijd heel nieuwsgierig was en veel vragen stelde. Vooral open vragen, waarom-vragen. Waarom gebruiken we deze methode eigenlijk niet in de praktijk? Dat werkte aanstekelijk. Je zag dat de hele groep daardoor actiever werd.’
Hoe heeft je eigen docentschap zich ontwikkeld?
‘In het begin was ik vooral bezig met: dit is de theorie, die moet ik overbrengen. Nu denk ik veel meer na over de vraag: beklijft het eigenlijk wel wat ik vertel? En wat is de beste manier om dat te bereiken?’
‘Vroeger vond ik het spannend als ik een vraag kreeg waar ik niet meteen het antwoord op wist. Ik dacht dat ik het allemaal moest weten, want ik was de leraar. Tegenwoordig laat ik de klas zelf naar het antwoord zoeken. Lesgeven is eigenlijk één groot gesprek. En de vaardigheden die je leert, neem je ook mee in andere situaties, in je werk en daarbuiten.’
Wie bewaakt de vakbekwaamheid van constructeurs? In een sector waarin fouten grote gevolgen kunnen hebben, is de titel ‘constructeur’ in Nederland niet beschermd. Het Constructeursregister wil daar verandering in brengen door deskundigheid toetsbaar en zichtbaar te maken. Johan Bolhuis: ‘Het wordt tijd dat de sector zichzelf serieus neemt.’
Constructeurs staan aan de basis van bruggen, woontorens en stations. Ze rekenen, analyseren en wegen risico’s af, vaak buiten het zicht van het grote publiek. Zolang alles goed gaat, blijven ze op de achtergrond. Maar hun werk raakt direct aan de veiligheid van onze gebouwde omgeving.
Dat juist in zo’n verantwoordelijk vak iedereen zich in principe constructeur mag noemen, vindt Bolhuis moeilijk te begrijpen. De voorzitter van de Toetsingscommissie van het Constructeursregister pleit al jaren voor meer erkenning van het vak. ‘Bij artsen, notarissen en advocaten vinden we registratie vanzelfsprekend. Waarom niet bij een beroep dat direct raakt aan onze veiligheid?’
Bolhuis begon in 1989 als constructeur en rekende aan woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur. Sinds 1 januari 2025 is Bolhuis directeur Engineering Nederland bij BESIX. Daarnaast vervult hij allerlei nevenfuncties, van de Bruggenstichting tot Bouwend Nederland en de G6 van grote ingenieursbureaus. ‘Omdat ik vind dat het constructeursvak ondergewaardeerd wordt. En omdat ik techniek gewoon heel leuk vind.’
Sinds de oprichting in 2010 is hij lid van het Constructeursregister (CR). Twee jaar geleden werd hij voorzitter van de toetsingscommissie. Zijn missie is helder: meer waardering, meer zichtbaarheid en een steviger positie voor de constructeur.
Wat doet het Constructeursregister precies?
‘Het Constructeursregister is een onafhankelijk register waarin de vakbekwaamheid van constructeurs wordt gevalideerd. Er zijn drie titels: RC (Registerconstructeur), RO (Registerontwerper) en RT (Registertoetser). Bij toetreding toetsen we opleiding, ervaring en projecten. Daarna moet je aantonen dat je bijblijft via permanente educatie. Elke drie jaar controleren we dat.
‘Voor RC heb je minimaal zes jaar relevante ervaring nodig. Voor RO minimaal vijf jaar. Bij die laatste toetsen we naast inhoud ook expliciet competenties: kun je integraal denken, communiceren en je positie innemen in een project?’
Hoe ziet de toetsing eruit?
‘Kandidaten leveren projecten aan waaraan ze zelf hebben gewerkt. Bij RC volgt een gesprek met twee assessoren via Teams. Bij RO volgt een assessment en zitten er drie assessoren aan tafel, fysiek, omdat we ook competenties beoordelen. Je moet kunnen uitleggen wat je hebt gedaan en waarom. Dan merk je snel of iemand het echt snapt. Het gaat er niet alleen om of je kunt rekenen, maar of je begrijpt wat je doet.’
Waarom is het Constructeursregister nodig?
‘Als je kijkt naar instortingen, dan is er vaak wel iemand geweest die heeft gezien dat er iets niet klopte. Alleen heeft die zich niet altijd laten horen. Constructieve veiligheid is geen vinkje op een checklist. Het vraagt vakmanschap en professionele tegenspraak. Het helpt als constructeurs steviger in hun schoenen staan en erkend worden als volwaardige gesprekspartner.’
U zegt dat het vak ondergewaardeerd wordt. Hoe komt dat?
‘Generaliserend gesteld zijn constructeurs vaak wat “blauwere”, introverte types. Ze moeten opboksen tegen meer extraverte, “rode” persoonlijkheden in uitvoering of management. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee. Dat vraagt ook om competenties, zelfwaardering en erkenning vanuit de branche.’
‘Daarnaast is de titel niet beschermd. In Nederland mag in principe iedereen zich constructeur noemen en berekeningen indienen. Dat betekent dat een zeer ervaren constructeur en iemand met beperkte praktijkervaring juridisch in dezelfde positie kunnen zitten. Dat vind ik lastig uit te leggen.’
Hoeveel geregistreerden zijn er nu?
‘Op dit moment 429 RC’s, 84 RO’s en 22 RT’ers. Terwijl er ooit is gezegd dat er zo’n zevenduizend constructeurs in Nederland zijn. Er is dus nog een wereld te winnen.’
Waarom groeit het register niet sneller?
‘Omdat registratie niet wettelijk verankerd is. En zolang opdrachtgevers het niet eisen, blijft het schipperen. Mensen zeggen: ik weet zelf wel dat ik goed ben. Of: het kost tijd. Of: het wordt toch niet gevraagd.’
Critici zeggen: ook geregistreerde constructeurs maken fouten.
‘Dat klopt. Maar iemand met een rijbewijs kan ook een aanrijding veroorzaken. Dat betekent niet dat we het rijbewijs moeten afschaffen. Registratie is geen 100 procent garantie, maar het verhoogt aantoonbaar het niveau en zorgt dat mensen hun kennis bijhouden.
‘Bij medici is het vanzelfsprekend dat je BIG-geregistreerd bent en blijft. Waarom zouden we bij constructieve veiligheid minder eisen stellen?’
Wat is er nodig om het register te laten groeien?
‘Wettelijke verankering zou enorm helpen. Of in elk geval dat publieke opdrachtgevers zoals Prorail en Rijkswaterstaat registratie standaard eisen. Je ziet dat sommige partijen al namen checken op de website. Dat juich ik toe. Maar er is ook iets nodig van de beroepsgroep zelf: zelfwaardering. Je wilt toch laten zien dat je goed bent?’
Zijn er positieve ontwikkelingen?
‘Ja. Na recente instortingen is er meer aandacht voor constructieve veiligheid. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft aanbevelingen gedaan en er zijn nieuwe richtlijnen rond onafhankelijke toetsing. Dus het beweegt wel.’
Wat zou u zeggen tegen een constructeur die twijfelt?
‘Als je de ervaring hebt en je kunt het worden, waarom zou je het niet doen? Het staat beter richting opdrachtgevers. En het laat zien dat je bereid bent je vak serieus te nemen en bij te blijven. Constructieve veiligheid is te belangrijk om aan toeval over te laten. Laat zien dat je staat voor je vak.’
Bouw jij straks aan de constructies van de toekomst?
Jouw carrière in de beton- en staalbouwsector begint hier.
Ben je nieuwsgierig naar het werk van een constructeur, of wil je jouw technische kennis verdiepen? Meld je dan aan voor onze online informatieavond op 25 maart 2026!
Tijdens deze avond maak je kennis met onze drie opleidingen:
Constructeur in Opleiding – 2-jarige mbo+ opleiding
Beton- en Staalconstructies – 1-jarig hbo-schakelprogramma
Constructief Ontwerpen – 3-jarige hbo-masteropleiding
Programma:
18.50 Online inloop
19.00 Algemene introductie opleidingen
19.15 Presentatie docent Constructeur in Opleiding en Beton- en Staalconstructies
19.45 Presentatie Alumnus Constructief Ontwerpen
20.30 Q&A
21.00 Afsluiting
Datum & Locatie: 25 maart 2026, online
Meld je nu aan: aanmeldformulier.
Bij BV/BmS Opleidingen werken we met mensen die kennis hebben, ervaring meebrengen en vooral veel betrokkenheid laten zien. Elke maand spreken we iemand van het team die voor de klas staat of achter de schermen werkt. We vragen waar zij energie van krijgen, waar zij trots op zijn en wat zij willen meegeven aan studenten.
Deze keer spreken we met Hans Galjaard, docent Voorgespannen Beton A en Voorgespannen Beton B. In zijn lessen brengt hij praktijk en theorie op een unieke manier samen. Deelnemers leren niet alleen hoe een berekening werkt, maar vooral waarom — en hoe ze die kennis direct kunnen toepassen in hun werk.
Hans volgde het volledige opleidingstraject, van lagere technische school tot en met de Technische Universiteit. Dankzij die brede achtergrond kan hij uitvoering en ontwerp naadloos met elkaar verbinden. Na zijn studie werkte hij bij adviesbureau Hageman en werd hij universitair docent betonconstructies aan de TU Delft, waar onder meer voorgespannen beton tot zijn vakgebied behoorde.
In 2001 maakte hij de overstap naar Van Hattum en Blankevoort (VolkerWessels). Daar werkte hij als specialist betonconstructies aan grote en complexe projecten, ook internationaal. Naast zijn rol als docent is Hans actief als extern deskundige en betrokken bij de ontwikkeling van richtlijnen voor betonconstructies.
Een bevlogen vakman die zijn kennis met plezier deelt — en daarmee een waardevolle bijdrage levert aan de verdere professionalisering van ons vakgebied.
Wat vind je leuk aan het docentschap?
Ik heb het altijd leuk gevonden om mensen te laten ontdekken dat zij meer kunnen dan zij zelf denken. Zo verbreden zij hun professionele horizon. Dat geldt zeker voor deelnemers die het vak voorgespannen beton volgen en vaak al enkele jaren in de praktijk werken. Ik wil hen laten zien dat het niet primair gaat om sommen maken of formules invullen. Het draait vooral om inzicht ontwikkelen. Begrijpen hoe je iets aanpakt en dat inzicht ook in andere situaties toepassen. Daar hoort voor mij ook bij dat cursisten tegenspraak durven geven en de discussie aangaan.
Wat hoop je dat studenten meenemen na het volgen van jouw vakken?
Het leerdoel van dit vak is dat studenten na afloop zelfstandig een voorgespannen constructie kunnen ontwerpen. In bredere zin wil ik hen leren nadenken over het ontwerpen van betonconstructies en hen bewust maken van alles wat daarbij komt kijken. Dat doe ik door te laten zien waar het bijna misging of door een spiegel voor te houden bij keuzes die zij in de praktijk maken zonder zich af te vragen waarom. Ik hoop dat dit studenten aanzet tot het ontwikkelen van een kritische blik op situaties die zij als constructeur tegenkomen.
Wat maakt jouw vak interessant om te volgen?
Dit vak is, net als veel andere vakken bij BV/BmS, state-of-the-art. Hoewel de nieuwe Eurocode waarschijnlijk pas over een aantal jaar van kracht gaat, gebruiken we de wetenschappelijke inzichten die eraan ten grondslag liggen nu al als basis. Veel van die inzichten bestaan al enkele decennia. Daarnaast is dit buiten de technische universiteiten de enige mogelijkheid om op masterniveau te leren ontwerpen in voorgespannen beton. In Nederland passen we voorspanning breed toe, van kanaalplaten tot grote bruggen.
Welke vaardigheden en kennis krijgen deelnemers na het volgen van de cursus?
Deelnemers leren de fundamentele principes van voorgespannen beton die nodig zijn om zelfstandig constructies te ontwerpen. We behandelen onder andere:
de belastingen die door voorspanning ontstaan
de toegepaste hoogwaardige materialen en systemen
het gedrag van voorspanning in zowel de bruikbaarheidsgrenstoestand als de uiterste grenstoestand
de invloed van kruip en de gevolgen van wijzigingen in een constructie
de juiste detaillering, essentieel vanwege de grote krachten die voorspanning met zich meebrengt
Daarnaast bespreken we voorspanning zonder aanhechting en uitwendige voorspanning. Het is dus een volledig pakket waarmee deelnemers echt vooruit kunnen.
Wat maakt deze cursus volgens jou waardevol in de praktijk?
Voor constructeurs die willen ontwerpen in voorgespannen beton en daar nog weinig ervaring mee hebben, biedt deze cursus een stevige basis. Daarnaast leren cursisten op een andere manier naar betonconstructies kijken. Dat helpt hen om die noodzakelijke kritische blik verder te ontwikkelen.
Interesse gekregen in het vak van Hans of benieuwd naar andere cursussen van BV/BmS Opleidingen? Bekijk onze website.
De cursus Voorgespannen Beton start op 7 april 2026.