Stichting BV/BmS Opleidingen is een samenwerkingsverband tussen de Betonvereniging (BV) en Bouwen met Staal (BmS). Bij ons volg je opleidingen en cursussen die je verder brengen in je carrière als constructeur. Je krijgt les van ervaren vakdocenten uit het werkveld en kunt de opgedane kennis meteen toepassen in je dagelijkse werk. Zo bouwen we samen aan een sterke, kwalitatieve sector die klaar is voor de toekomst.
Bij BV/BmS kun je volledige opleidingen volgen, of losse cursussen over specifieke onderwerpen.
Kunstmatige intelligentie is overal onderwerp van gesprek – ook in het onderwijs. Studenten gebruiken AI al volop voor verslagen, presentaties en scripties, terwijl docenten nog zoeken naar hun rol in deze nieuwe werkelijkheid. Welke kansen biedt AI voor het betononderwijs? En hoe zorgen we dat studenten zelf blijven nadenken? Hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) geeft antwoord.
AI is niet langer iets van de toekomst. Ook aan de TU Delft worden de mogelijkheden onderzocht van kunstmatige intelligentie voor onderwijs en onderzoek.
‘Het is echt een hot topic’, zegt Max Hendriks. ‘In de wandelgangen wordt er veel over gesproken, en we hebben er binnen onze afdeling ook al een hele dag aan besteed, met trainingen en uitleg. Maar er is geen eenduidige lijn – de discussie gaat nog alle kanten op.’
Hoe leeft AI momenteel binnen de TU Delft?
‘Je ziet eigenlijk twee stromingen. Aan de ene kant zijn er mensen die zeggen: dit gebeurt al, dus we moeten erin mee. Aan de andere kant zijn er docenten die liever zouden zien dat studenten het helemaal niet gebruiken.
Maar die discussie is eigenlijk al ingehaald door de werkelijkheid. Studenten gebruiken AI nu al voor presentaties, verslagen en scripties. De vraag is niet meer óf het gebruikt wordt, maar hoe je daar als docent mee omgaat.’
Wat merk je daarvan in de praktijk?
‘Ik geef een vak over CO2-neutrale constructies waarbij studenten een opinieartikel schrijven. Daarbij mogen ze AI gebruiken, mits ze dat aangeven.
Wat je dan ziet, is dat teksten er op het eerste gezicht prachtig uitzien. De taal is vloeiend, de structuur klopt. Maar als je nauwkeuriger leest, ontdek je soms ook fouten in redeneringen of verbanden die niet kloppen. Vaak mist ook de scherpte – essentieel voor een opinieartikel.’
Hoe controleer je dan of studenten de stof echt begrijpen?
‘Een mondelinge overhoring blijft een krachtig instrument. Dan merk je snel genoeg of iemand de materie echt beheerst of alleen een mooi verhaal heeft ingeleverd.
Daarnaast moeten we ons afvragen hoe we beoordelen. Vroeger kregen studenten bijvoorbeeld punten voor taal, structuur en opbouw. Maar als AI dat steeds beter kan, moet je nadenken hoeveel gewicht je daar nog aan wilt geven.’
Aan welke kant van de discussie sta jij zelf?
‘Ik behoor tot de groep die zegt: je moet erin mee. Maar het vraagt om een andere houding van docenten. Natuurlijk draaide goed onderwijs altijd al om kritisch denken, maar dat wordt nu nog belangrijker. Je moet studenten helpen om goede vragen te stellen en goede afwegingen te maken.
‘In Noorwegen hebben ze nu besloten AI uit het basisonderwijs te weren en pas op het middelbaar onderwijs te introduceren, maar alleen als docenten er dan zelf ook bekwaam in zijn. Dat laatste laat zien hoe belangrijk de rol van de docent is in deze discussie.’
Zie je ook kansen voor AI in het onderwijs?
‘Zeker. Ik ben erg gecharmeerd van de ideeën van Daniel Kahneman. Hij onderscheidt twee manieren van leren: een snelle manier en een langzame manier. Het echte leren gebeurt vooral in die langzame modus: nadenken, zweten en fouten maken.
Juist daar zie ik een mooie rol voor AI, als een tutor die kritische vragen stelt. Heb je hieraan gedacht? Waarom kies je deze aanpak? Zou dit ook anders kunnen? Eigenlijk zoals een studentassistent over je schouder meekijkt en soms een hint geeft.’
Wat kan AI betekenen voor de betonsector?
‘De betonsector bestaat grofweg uit drie werelden: uitvoerders, constructeurs en materiaalspecialisten. Die spreken niet altijd dezelfde taal.
AI zou kunnen helpen als een soort moderator tussen die disciplines. Een hulpmiddel dat informatie beter verbindt en gesprekken makkelijker maakt.’
En specifiek voor constructeurs?
‘Bij het conceptuele ontwerp kan AI alternatieven aandragen en kritische vragen stellen. Heb je ook aan deze oplossing gedacht?
Daarnaast zie ik AI als extra controleur bij berekeningen en uitwerkingen. Het kan helpen fouten te signaleren voordat ze problemen veroorzaken. Daar ligt een enorme kans.’
AI vraagt veel energie. Maak je je zorgen over de duurzaamheid?
‘Ja, zeker. Het energieverbruik van datacenters en de benodigde infrastructuur zijn enorm. Daarnaast spelen ook vraagstukken rond watergebruik en koeling.
Ik zie absoluut de kansen van AI, maar het milieuaspect blijft een groot aandachtspunt.’
Hoe lossen we dat op?
‘Uiteindelijk denk ik dat we milieukosten eerlijker moeten beprijzen. Dat geldt voor veel sectoren en dus ook voor AI.
In de betonsector hebben we met het Betonakkoord afspraken gemaakt om de milieubelasting stap voor stap terug te dringen. Dat doen we in Nederland. Voor AI ligt dat ingewikkelder omdat het een internationale industrie is, maar ook daar zullen we de echte milieukosten moeten laten meetellen.’
Tot slot: wat is volgens jou nu de belangrijkste stap voor het onderwijs?
‘Dat docenten zich blijven ontwikkelen. We zitten nog in een voorstadium. Er zijn veel vragen en nog weinig antwoorden.
Maar een ding is duidelijk: AI gaat niet meer weg. De uitdaging is om het zo in te zetten dat studenten beter leren denken. Volgens Daniel Kahneman: langzaam én intensief. Als dat lukt, kan AI een enorme meerwaarde hebben voor het onderwijs én voor de betonsector.’
De bouwsector staat voor grote maatschappelijke uitdagingen.
Dat vraagt om constructeurs die complexe projecten integraal overzien en toekomstbestendige oplossingen ontwerpen.
Wil je als werkgever investeren in de ontwikkeling van je constructeurs én hun duurzame inzetbaarheid vergroten?
Bekijk dan het webinar en ontdek wat de hbo-master Constructief Ontwerpen voor jouw organisatie kan betekenen.
Op 13 mei organiseerden BV/BmS Opleidingen een inspirerend webinar over deze masteropleiding, waarin onderwijs en praktijk naadloos samenkwamen.
Docenten, een student en een werkgever delen hun ervaringen.
Hoe combineren studenten hun studie met werk? Hoe brengen docenten hun praktijkkennis tot leven in het onderwijs? En hoe zien werkgevers de impact van de opleiding terug op de werkvloer?
Je hoort het allemaal in het webinar. Bekijk het hier terug.
Als mkb-bedrijf investeren in de ontwikkeling van constructeurs én besparen op opleidingskosten? Dat kan interessant zijn.
Met de opleiding Constructief Ontwerpen kun je, afhankelijk van de specifieke situatie en voorwaarden, mogelijk in aanmerking komen voor de SLIM-subsidie.
Goed om te weten: er gelden voorwaarden en er is een subsidieplafond. Een zorgvuldige check vooraf is daarom belangrijk.
Wat levert het op?
Voor werkgevers
Mogelijk subsidie op het cursusgeld (tot ca. 40%)
Meer kennis en continuïteit in de organisatie
Medewerkers die meegroeien met de ambities van het bedrijf
Voor werknemers
Een erkende hbo-masteropleiding
Verdieping van vakkennis en actuele inzichten
Meer kansen om door te groeien of te specialiseren
Opleiden met financiële ondersteuning
Voor wie?
Voor mkb-bedrijven in de bouw-, staal- en betonsector die willen investeren in toekomstbestendige constructeurs. De opleiding is praktijkgericht en sluit direct aan op de dagelijkse praktijk.
Benieuwd wat dit voor jouw organisatie kan betekenen?
Bekijk de mogelijkheden via de website: SLIM-scholingssubsidie | Uitvoering Van Beleid of neem gerust contact met ons op — we denken graag met je mee.
Het loont om de mogelijkheden en voorwaarden tijdig te verkennen — een mooie kans om te investeren in talent en kennis, met oog voor de toekomst van je organisatie.
Bij BV/BmS Opleidingen werken we met mensen die kennis hebben, ervaring meebrengen en vooral veel betrokkenheid laten zien. Elke maand spreken we iemand van het team die voor de klas staat of achter de schermen werkt. We vragen waar zij energie van krijgen, waar zij trots op zijn en wat zij willen meegeven aan studenten.
Deze keer spreken we met Jacques Stuifbergen, een docent met een lange en brede loopbaan in de techniek en het onderwijs. Hij begon in de civiele techniek, verdiepte zich in wiskunde en promoveerde op beeldanalyse. Daarna stond hij jarenlang voor de klas bij de Hogeschool Utrecht, waar hij verschillende vakken gaf binnen civiele techniek en geo-informatica.
Sinds 2012 is hij als docent verbonden aan de BV/BmS Opleidingen. In zijn lessen rondom dynamica van constructies combineert hij theorie en praktijk. In dit interview vertelt hij over zijn ervaringen in het onderwijs en deelt hij zijn kijk op het vak en de ontwikkeling daarvan
Hoe is je carrière als docent begonnen?
Mijn carrière als docent startte bij de Avond HTS in Rotterdam (werktuigbouwkunde). Ik weet nog goed dat een van de cursisten mij tijdens de behandeling van de Laplace Transformatie vroeg of ik ook theorievragen m.b.t. de Transformatie zou opnemen in het examen. Mijn antwoord was: “nee, ik wil alleen dat jullie wat meer over de wiskundige achtergrond van deze theorie weten en begrijpen ”. De reactie van de cursist was enigszins ontluisterend: “nou meneer, laat die theorie maar zitten want daar hebben we toch geen tijd voor”. De Avond HTS duurde in die tijd 7 jaar! Dat was even slikken voor mij daar ik in Delft (Civiele Techniek en een paar jaar Technische Wiskunde) juist erg gecharmeerd was van de exacte kant van de techniek.
Na mijn promotie in de signaalanalyse (Universiteit Twente, Faculteit Elektrotechniek) ben ik vrijwel direct als docent aan de slag gegaan bij de HTS Utrecht (Civiele Techniek) en enkele jaren later bij diezelfde HTS bij de opleiding Landmeetkunde (Geodesie en Geo-Informatica). Stagebezoek en afstudeerbegeleiding vormde in de laatste jaren de hoofdmoot van mijn werk bij de HTS (inmiddels Hogeschool Utrecht). Sinds een aantal jaren geef ik met veel plezier les bij de Betonvereniging, onder andere de cursus Inleiding Dynamica van Constructies bij de opleiding Constructief Ontwerpen. Kennelijk zit het docentschap ‘in mijn bloed’!
Wat vind je leuk aan het docentschap?
Ervaren hoe studenten en cursisten zich de stof eigen maken en daar ook voldoening uit halen. Het verkrijgen van inzicht in de materie is volgens mij de belangrijkste taak van de docent. Uiteraard zal er ook het nodige geoefend moeten worden, vooral door te variëren binnen een probleemstelling en daar leent de college-instructie vorm (een beperkte hoeveelheid theorie gevolgd door het maken van opgaven) zich uitstekend voor. Deze manier van doceren was al ruim 50 jaar geleden standaard bij een aantal vakken bij de TU Delft.
Over het algemeen verloopt dat leer- en studieproces bij studenten aan de HTS anders dan bij de cursisten die zich scholen bij een beroepsvereniging zoals de Betonvereniging. Deze laatste groep staat met twee benen in de praktijk en verkeerd ook in een ander stadium van ontwikkeling, zowel intellectueel als maatschappelijk. Maar de kern van het ontwikkelingsproces blijft hetzelfde en daar speel ik als docent een bescheiden rol in.
Wat hoop je dat studenten meenemen na het volgen van jouw vak?
Interesse in het vakgebied en het vermogen om te herkennen wanneer dynamica van constructies relevant is voor de beroepspraktijk. Daarnaast hoop ik dat studenten leren aansluiting te vinden bij verdiepende cursussen, zoals dynamica van vloeren of dynamica van hoogbouw, zoals deze binnen de beroepsvereniging worden aangeboden. De cursus vormt immers een inleiding in de dynamica van constructies. Afhankelijk van de toepassing in de praktijk kan een vervolgstudie of verdiepende cursus daarom in veel gevallen wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn. Tot slot is het doel dat studenten in staat zijn om artikelen in vakbladen (zoals Cement, Bouwen met Staal, e.d.) op het gebied van dynamica van constructies inhoudelijk te beoordelen en te vertalen naar hun eigen beroepspraktijk.
Welke vaardigheden of kennis krijgen de deelnemers na afloop?
Na afloop van de cursus hoop ik dat deelnemers beter in staat zijn om complexe constructies te vereenvoudigen tot een rekenkundig model, waarin de belangrijkste dynamische eigenschappen van een constructie, zoals eigenfrequenties en eigenvormen, op analytische wijze kunnen worden bepaald. Daarnaast vind ik het belangrijk dat zij begrijpen waarop modale analyse is gebaseerd en hoe deze methode wordt ingezet bij het bepalen van dynamische belastingen op constructies. Tot slot krijgen deelnemers inzicht in hoe het effect van een dynamische belasting kan worden gemodelleerd als een extra krachtwerking, zodat zij dit type belasting beter kunnen duiden en meewegen in hun ontwerp- en beoordelingswerk in de praktijk.
Wat maakt deze cursus volgens jou waardevol in de praktijk?
Er zijn veel voorbeelden te noemen waarbij dynamische belastingen een belangrijke rol spelen bij constructies. Ik noem er enkele: bij het ontwerpen van relatief slanke woontorens, bij het ontwerpen van lichte fiets- en voetgangersbruggen, bij het aardbevingsbestendig maken van woningen in gebieden waar mijnbouw (o.a. gaswinning) plaats vindt (of heeft plaatsgevonden), bij het ondervangen van de effecten van trillingen door zwaar verkeer in oude binnensteden en als laatste de invloed van golfbelasting op offshore constructies en golfklappen op zeeweringen zoals de Oosterschelde dam. Voorbeelden van constructies waar dynamische belastingen tot onveilige situaties hebben geleid zijn de Millennium Bridge in Londen, de (ongewenste) trillingen van de tuien van de Erasmusbrug in Rotterdam en hetzelfde gebeurde aanvankelijk bij de Werkspoorbrug in Utrecht. De verwachting is dat we in de toekomst te maken krijgen met extremere weersomstandigheden. De invloed hiervan op het dynamisch gedrag van constructies maakt het aannemelijk dat dit binnen het vakgebied een steeds grotere rol zal gaan spelen bij het constructief ontwerpen.
De cursus Inleiding Dynamica start op 12 mei 2026.
De bouwsector staat voor grote maatschappelijke opgaven. Dat vraagt om constructeurs die complexe projecten integraal kunnen overzien en toekomstbestendig kunnen ontwerpen.
Wil je als werkgever investeren in de ontwikkeling van je constructeurs én hun inzetbaarheid versterken? Dan nodigt BV/BmS Opleidingen je uit voor het webinar over de hbo-master Constructief Ontwerpen op 13 mei 2026 om 12 uur.
In korte tijd krijg je inzicht in:
Meer informatie over het programma of direct aanmelden voor het webinar kan via deze link.
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: waarom doceren niet alleen nodig is, maar vooral leuk – en wat het oplevert.
In discussies over het onderwijs wordt regelmatig het tekort aan docenten in de sector benoemd. Maar één vraag blijft vaak onderbelicht: waarom zou je eigenlijk docent willen worden? Voor hoogleraar Max Hendriks is het antwoord helder. ‘Omdat het leuk is. En omdat je er zelf misschien wel het meeste van leert.’
Hij geeft al zo’n 35 jaar les, gemiddeld vier uur per week, naast zijn werk als hoogleraar. Wat hem drijft? Niet alleen de inhoud, maar juist de interactie. ‘De mooiste momenten ontstaan als je niet alleen kennis overdraagt, maar samen met studenten ergens induikt.’
Waarom zou iemand docent moeten worden?
‘De eerste reden is simpel: omdat het leuk is om kennis over te dragen. Maar er zit ook een heel sterk eigen belang in. De beste manier om iets te leren, is om het zelf te doceren. Dat staat in elke onderwijskundige theorie bovenaan.’
‘Als je iets uitlegt, word je automatisch kritischer. Je gaat anders luisteren, anders nadenken. Je krijgt soms onverwachte vragen en merkt waar je eigen kennis nog niet scherp genoeg is. Dat maakt dat je zelf ook groeit.’
‘Aan de andere kant van het spectrum staat passief leren. Een boek lezen, een beetje wegdromen. Dan beklijft er weinig. Doceren is het tegenovergestelde: je zit er middenin.’
Veel mensen zien doceren als een extra belasting. Klopt dat beeld?
‘Dat snap ik wel. Het kost tijd en energie. Maar ik denk ook dat de andere kant niet altijd goed wordt belicht. Het is niet alleen “iets geven”. Je krijgt er juist heel veel voor terug: nieuwe inzichten, nieuwe contacten, andere perspectieven.’
‘En soms voelen mensen ook een soort plicht – in de goede zin van het woord. Je hebt kennis opgebouwd in je vak. Dan wil je die ook doorgeven aan de volgende generatie. Als we het hebben over een leven lang leren, dan hoort daar eigenlijk ook een leven lang doceren bij.’
Hoe pak je dat zelf aan in de collegezaal?
‘Ik probeer veel discussie uit te lokken. Zeker bij vragen waar geen eenduidig antwoord op is. Dan gebeurt er iets. Studenten gaan elkaar aanvullen, er ontstaan verschillende perspectieven.’
‘Vanmorgen nog had ik een discussie over modelleren, eindige-elementenmodellen. De vraag was: hoe overtuig je iemand ervan dat jouw model klopt? Dan krijg je allerlei antwoorden. De een zegt: ik ga extra controleren en onderbouwen met theorie. Een ander zegt: haal er een onafhankelijke expert bij. Weer een ander zegt: pak het als team op.’
‘Dat soort gesprekken gaan verder dan de theorie. Dan zie je dat kennis echt gaat leven.’
Wat maakt dat leuker dan “gewoon” lesgeven?
‘Omdat je loskomt van droge stof. De theorie is belangrijk, maar de vragen eromheen zijn minstens zo interessant. Hoe pas je het toe? Hoe leg je het uit aan iemand die het niet direct begrijpt? Daar zit de echte verdieping.’
Je geeft les en doet onderzoek. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
‘Op de universiteit is dat een vanzelfsprekende combinatie. Maar ook daarbuiten liggen kansen. Bij BV/BmS krijg je bijvoorbeeld de kans om naast het doceren ook afstudeeronderzoeken te begeleiden.’
‘Je begeleidt een student een-op-een, vaak in samenwerking met een bedrijf. Je krijgt inzicht in actuele vraagstukken uit de praktijk. Dat is voor jezelf ook enorm waardevol. Het is echt een wisselwerking.’
Je geeft al 35 jaar les. Is er een student die je is bijgebleven?
‘Ja, zeker. Een student die altijd heel nieuwsgierig was en veel vragen stelde. Vooral open vragen, waarom-vragen. Waarom gebruiken we deze methode eigenlijk niet in de praktijk? Dat werkte aanstekelijk. Je zag dat de hele groep daardoor actiever werd.’
Hoe heeft je eigen docentschap zich ontwikkeld?
‘In het begin was ik vooral bezig met: dit is de theorie, die moet ik overbrengen. Nu denk ik veel meer na over de vraag: beklijft het eigenlijk wel wat ik vertel? En wat is de beste manier om dat te bereiken?’
‘Vroeger vond ik het spannend als ik een vraag kreeg waar ik niet meteen het antwoord op wist. Ik dacht dat ik het allemaal moest weten, want ik was de leraar. Tegenwoordig laat ik de klas zelf naar het antwoord zoeken. Lesgeven is eigenlijk één groot gesprek. En de vaardigheden die je leert, neem je ook mee in andere situaties, in je werk en daarbuiten.’