Stichting BV/BmS Opleidingen is een samenwerkingsverband tussen de Betonvereniging (BV) en Bouwen met Staal (BmS). Bij ons volg je opleidingen en cursussen die je verder brengen in je carrière als constructeur. Je krijgt les van ervaren vakdocenten uit het werkveld en kunt de opgedane kennis meteen toepassen in je dagelijkse werk. Zo bouwen we samen aan een sterke, kwalitatieve sector die klaar is voor de toekomst. 

Bij BV/BmS kun je volledige opleidingen volgen, of losse cursussen over specifieke onderwerpen.

mbo (technisch afgestudeerd)
Bouw en Infra, Werktuigbouwkunde
hbo (niet constructief afgestudeerd)
Bouwkunde Civiele techniek, Werktuigbouwkunde
hbo (constructief afgestudeerd)
Bouwkunde, Civiele techniek
Duur: 4 weken
niveau
post-mbo
niveau
hbo
niveau
hbo-master

 

Welke opleiding wil je volgen?
Laatste nieuws
‘De beste manier om iets te leren, is om het zelf te doceren’

Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: waarom doceren niet alleen nodig is, maar vooral leuk – en wat het oplevert.

In discussies over het onderwijs wordt regelmatig het tekort aan docenten in de sector benoemd. Maar één vraag blijft vaak onderbelicht: waarom zou je eigenlijk docent willen worden? Voor hoogleraar Max Hendriks is het antwoord helder. ‘Omdat het leuk is. En omdat je er zelf misschien wel het meeste van leert.’

Hij geeft al zo’n 35 jaar les, gemiddeld vier uur per week, naast zijn werk als hoogleraar. Wat hem drijft? Niet alleen de inhoud, maar juist de interactie. ‘De mooiste momenten ontstaan als je niet alleen kennis overdraagt, maar samen met studenten ergens induikt.’

Waarom zou iemand docent moeten worden?
‘De eerste reden is simpel: omdat het leuk is om kennis over te dragen. Maar er zit ook een heel sterk eigen belang in. De beste manier om iets te leren, is om het zelf te doceren. Dat staat in elke onderwijskundige theorie bovenaan.’

‘Als je iets uitlegt, word je automatisch kritischer. Je gaat anders luisteren, anders nadenken. Je krijgt soms onverwachte vragen en merkt waar je eigen kennis nog niet scherp genoeg is. Dat maakt dat je zelf ook groeit.’

‘Aan de andere kant van het spectrum staat passief leren. Een boek lezen, een beetje wegdromen. Dan beklijft er weinig. Doceren is het tegenovergestelde: je zit er middenin.’

Veel mensen zien doceren als een extra belasting. Klopt dat beeld?
‘Dat snap ik wel. Het kost tijd en energie. Maar ik denk ook dat de andere kant niet altijd goed wordt belicht. Het is niet alleen “iets geven”. Je krijgt er juist heel veel voor terug: nieuwe inzichten, nieuwe contacten, andere perspectieven.’

‘En soms voelen mensen ook een soort plicht – in de goede zin van het woord. Je hebt kennis opgebouwd in je vak. Dan wil je die ook doorgeven aan de volgende generatie. Als we het hebben over een leven lang leren, dan hoort daar eigenlijk ook een leven lang doceren bij.’

Hoe pak je dat zelf aan in de collegezaal?
‘Ik probeer veel discussie uit te lokken. Zeker bij vragen waar geen eenduidig antwoord op is. Dan gebeurt er iets. Studenten gaan elkaar aanvullen, er ontstaan verschillende perspectieven.’

‘Vanmorgen nog had ik een discussie over modelleren, eindige-elementenmodellen. De vraag was: hoe overtuig je iemand ervan dat jouw model klopt? Dan krijg je allerlei antwoorden. De een zegt: ik ga extra controleren en onderbouwen met theorie. Een ander zegt: haal er een onafhankelijke expert bij. Weer een ander zegt: pak het als team op.’

‘Dat soort gesprekken gaan verder dan de theorie. Dan zie je dat kennis echt gaat leven.’

Wat maakt dat leuker dan “gewoon” lesgeven?
‘Omdat je loskomt van droge stof. De theorie is belangrijk, maar de vragen eromheen zijn minstens zo interessant. Hoe pas je het toe? Hoe leg je het uit aan iemand die het niet direct begrijpt? Daar zit de echte verdieping.’

Je geeft les en doet onderzoek. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
‘Op de universiteit is dat een vanzelfsprekende combinatie. Maar ook daarbuiten liggen kansen. Bij BV/BmS krijg je bijvoorbeeld de kans om naast het doceren ook afstudeeronderzoeken te begeleiden.’

‘Je begeleidt een student een-op-een, vaak in samenwerking met een bedrijf. Je krijgt inzicht in actuele vraagstukken uit de praktijk. Dat is voor jezelf ook enorm waardevol. Het is echt een wisselwerking.’

Je geeft al 35 jaar les. Is er een student die je is bijgebleven?
‘Ja, zeker. Een student die altijd heel nieuwsgierig was en veel vragen stelde. Vooral open vragen, waarom-vragen. Waarom gebruiken we deze methode eigenlijk niet in de praktijk? Dat werkte aanstekelijk. Je zag dat de hele groep daardoor actiever werd.’

Hoe heeft je eigen docentschap zich ontwikkeld?
‘In het begin was ik vooral bezig met: dit is de theorie, die moet ik overbrengen. Nu denk ik veel meer na over de vraag: beklijft het eigenlijk wel wat ik vertel? En wat is de beste manier om dat te bereiken?’

‘Vroeger vond ik het spannend als ik een vraag kreeg waar ik niet meteen het antwoord op wist. Ik dacht dat ik het allemaal moest weten, want ik was de leraar. Tegenwoordig laat ik de klas zelf naar het antwoord zoeken. Lesgeven is eigenlijk één groot gesprek. En de vaardigheden die je leert, neem je ook mee in andere situaties, in je werk en daarbuiten.’

‘Constructieve veiligheid is geen toeval. Dus waarom mag iedereen zich constructeur noemen?’

Wie bewaakt de vakbekwaamheid van constructeurs? In een sector waarin fouten grote gevolgen kunnen hebben, is de titel ‘constructeur’ in Nederland niet beschermd. Het Constructeursregister wil daar verandering in brengen door deskundigheid toetsbaar en zichtbaar te maken. Johan Bolhuis: ‘Het wordt tijd dat de sector zichzelf serieus neemt.’

Constructeurs staan aan de basis van bruggen, woontorens en stations. Ze rekenen, analyseren en wegen risico’s af, vaak buiten het zicht van het grote publiek. Zolang alles goed gaat, blijven ze op de achtergrond. Maar hun werk raakt direct aan de veiligheid van onze gebouwde omgeving.

Dat juist in zo’n verantwoordelijk vak iedereen zich in principe constructeur mag noemen, vindt Bolhuis moeilijk te begrijpen. De voorzitter van de Toetsingscommissie van het Constructeursregister pleit al jaren voor meer erkenning van het vak. ‘Bij artsen, notarissen en advocaten vinden we registratie vanzelfsprekend. Waarom niet bij een beroep dat direct raakt aan onze veiligheid?’

Bolhuis begon in 1989 als constructeur en rekende aan woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur. Sinds 1 januari 2025 is Bolhuis directeur Engineering Nederland bij BESIX. Daarnaast vervult hij allerlei nevenfuncties, van de Bruggenstichting tot Bouwend Nederland en de G6 van grote ingenieursbureaus. ‘Omdat ik vind dat het constructeursvak ondergewaardeerd wordt. En omdat ik techniek gewoon heel leuk vind.’

Sinds de oprichting in 2010 is hij lid van het Constructeursregister (CR). Twee jaar geleden werd hij voorzitter van de toetsingscommissie. Zijn missie is helder: meer waardering, meer zichtbaarheid en een steviger positie voor de constructeur.

Wat doet het Constructeursregister precies?
‘Het Constructeursregister is een onafhankelijk register waarin de vakbekwaamheid van constructeurs wordt gevalideerd. Er zijn drie titels: RC (Registerconstructeur), RO (Registerontwerper) en RT (Registertoetser). Bij toetreding toetsen we opleiding, ervaring en projecten. Daarna moet je aantonen dat je bijblijft via permanente educatie. Elke drie jaar controleren we dat.

‘Voor RC heb je minimaal zes jaar relevante ervaring nodig. Voor RO minimaal vijf jaar. Bij die laatste toetsen we naast inhoud ook expliciet competenties: kun je integraal denken, communiceren en je positie innemen in een project?’

Hoe ziet de toetsing eruit?
‘Kandidaten leveren projecten aan waaraan ze zelf hebben gewerkt. Bij RC volgt een gesprek met twee assessoren via Teams. Bij RO volgt een assessment en zitten er drie assessoren aan tafel, fysiek, omdat we ook competenties beoordelen. Je moet kunnen uitleggen wat je hebt gedaan en waarom. Dan merk je snel of iemand het echt snapt. Het gaat er niet alleen om of je kunt rekenen, maar of je begrijpt wat je doet.’

Waarom is het Constructeursregister nodig?
‘Als je kijkt naar instortingen, dan is er vaak wel iemand geweest die heeft gezien dat er iets niet klopte. Alleen heeft die zich niet altijd laten horen. Constructieve veiligheid is geen vinkje op een checklist. Het vraagt vakmanschap en professionele tegenspraak. Het helpt als constructeurs steviger in hun schoenen staan en erkend worden als volwaardige gesprekspartner.’

U zegt dat het vak ondergewaardeerd wordt. Hoe komt dat?
‘Generaliserend gesteld zijn constructeurs vaak wat “blauwere”, introverte types. Ze moeten opboksen tegen meer extraverte, “rode” persoonlijkheden in uitvoering of management. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee. Dat vraagt ook om competenties, zelfwaardering en erkenning vanuit de branche.’

‘Daarnaast is de titel niet beschermd. In Nederland mag in principe iedereen zich constructeur noemen en berekeningen indienen. Dat betekent dat een zeer ervaren constructeur en iemand met beperkte praktijkervaring juridisch in dezelfde positie kunnen zitten. Dat vind ik lastig uit te leggen.’

Hoeveel geregistreerden zijn er nu?
‘Op dit moment 429 RC’s, 84 RO’s en 22 RT’ers. Terwijl er ooit is gezegd dat er zo’n zevenduizend constructeurs in Nederland zijn. Er is dus nog een wereld te winnen.’

Waarom groeit het register niet sneller?
‘Omdat registratie niet wettelijk verankerd is. En zolang opdrachtgevers het niet eisen, blijft het schipperen. Mensen zeggen: ik weet zelf wel dat ik goed ben. Of: het kost tijd. Of: het wordt toch niet gevraagd.’

Critici zeggen: ook geregistreerde constructeurs maken fouten.
‘Dat klopt. Maar iemand met een rijbewijs kan ook een aanrijding veroorzaken. Dat betekent niet dat we het rijbewijs moeten afschaffen. Registratie is geen 100 procent garantie, maar het verhoogt aantoonbaar het niveau en zorgt dat mensen hun kennis bijhouden.

‘Bij medici is het vanzelfsprekend dat je BIG-geregistreerd bent en blijft. Waarom zouden we bij constructieve veiligheid minder eisen stellen?’

Wat is er nodig om het register te laten groeien?
‘Wettelijke verankering zou enorm helpen. Of in elk geval dat publieke opdrachtgevers zoals Prorail en Rijkswaterstaat registratie standaard eisen. Je ziet dat sommige partijen al namen checken op de website. Dat juich ik toe. Maar er is ook iets nodig van de beroepsgroep zelf: zelfwaardering. Je wilt toch laten zien dat je goed bent?’

Zijn er positieve ontwikkelingen?
‘Ja. Na recente instortingen is er meer aandacht voor constructieve veiligheid. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft aanbevelingen gedaan en er zijn nieuwe richtlijnen rond onafhankelijke toetsing. Dus het beweegt wel.’

Wat zou u zeggen tegen een constructeur die twijfelt?
‘Als je de ervaring hebt en je kunt het worden, waarom zou je het niet doen? Het staat beter richting opdrachtgevers. En het laat zien dat je bereid bent je vak serieus te nemen en bij te blijven. Constructieve veiligheid is te belangrijk om aan toeval over te laten. Laat zien dat je staat voor je vak.’

Onze opleidingen