Stichting BV/BmS Opleidingen is een samenwerkingsverband tussen de Betonvereniging (BV) en Bouwen met Staal (BmS). Bij ons volg je opleidingen en cursussen die je verder brengen in je carrière als constructeur. Je krijgt les van ervaren vakdocenten uit het werkveld en kunt de opgedane kennis meteen toepassen in je dagelijkse werk. Zo bouwen we samen aan een sterke, kwalitatieve sector die klaar is voor de toekomst.
Bij BV/BmS kun je volledige opleidingen volgen, of losse cursussen over specifieke onderwerpen.
Wie bewaakt de vakbekwaamheid van constructeurs? In een sector waarin fouten grote gevolgen kunnen hebben, is de titel ‘constructeur’ in Nederland niet beschermd. Het Constructeursregister wil daar verandering in brengen door deskundigheid toetsbaar en zichtbaar te maken. Johan Bolhuis: ‘Het wordt tijd dat de sector zichzelf serieus neemt.’
Constructeurs staan aan de basis van bruggen, woontorens en stations. Ze rekenen, analyseren en wegen risico’s af, vaak buiten het zicht van het grote publiek. Zolang alles goed gaat, blijven ze op de achtergrond. Maar hun werk raakt direct aan de veiligheid van onze gebouwde omgeving.
Dat juist in zo’n verantwoordelijk vak iedereen zich in principe constructeur mag noemen, vindt Bolhuis moeilijk te begrijpen. De voorzitter van de Toetsingscommissie van het Constructeursregister pleit al jaren voor meer erkenning van het vak. ‘Bij artsen, notarissen en advocaten vinden we registratie vanzelfsprekend. Waarom niet bij een beroep dat direct raakt aan onze veiligheid?’
Bolhuis begon in 1989 als constructeur en rekende aan woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur. Sinds 1 januari 2025 is Bolhuis directeur Engineering Nederland bij BESIX. Daarnaast vervult hij allerlei nevenfuncties, van de Bruggenstichting tot Bouwend Nederland en de G6 van grote ingenieursbureaus. ‘Omdat ik vind dat het constructeursvak ondergewaardeerd wordt. En omdat ik techniek gewoon heel leuk vind.’
Sinds de oprichting in 2010 is hij lid van het Constructeursregister (CR). Twee jaar geleden werd hij voorzitter van de toetsingscommissie. Zijn missie is helder: meer waardering, meer zichtbaarheid en een steviger positie voor de constructeur.
Wat doet het Constructeursregister precies?
‘Het Constructeursregister is een onafhankelijk register waarin de vakbekwaamheid van constructeurs wordt gevalideerd. Er zijn drie titels: RC (Registerconstructeur), RO (Registerontwerper) en RT (Registertoetser). Bij toetreding toetsen we opleiding, ervaring en projecten. Daarna moet je aantonen dat je bijblijft via permanente educatie. Elke drie jaar controleren we dat.
‘Voor RC heb je minimaal zes jaar relevante ervaring nodig. Voor RO minimaal vijf jaar. Bij die laatste toetsen we naast inhoud ook expliciet competenties: kun je integraal denken, communiceren en je positie innemen in een project?’
Hoe ziet de toetsing eruit?
‘Kandidaten leveren projecten aan waaraan ze zelf hebben gewerkt. Bij RC volgt een gesprek met twee assessoren via Teams. Bij RO volgt een assessment en zitten er drie assessoren aan tafel, fysiek, omdat we ook competenties beoordelen. Je moet kunnen uitleggen wat je hebt gedaan en waarom. Dan merk je snel of iemand het echt snapt. Het gaat er niet alleen om of je kunt rekenen, maar of je begrijpt wat je doet.’
Waarom is het Constructeursregister nodig?
‘Als je kijkt naar instortingen, dan is er vaak wel iemand geweest die heeft gezien dat er iets niet klopte. Alleen heeft die zich niet altijd laten horen. Constructieve veiligheid is geen vinkje op een checklist. Het vraagt vakmanschap en professionele tegenspraak. Het helpt als constructeurs steviger in hun schoenen staan en erkend worden als volwaardige gesprekspartner.’
U zegt dat het vak ondergewaardeerd wordt. Hoe komt dat?
‘Generaliserend gesteld zijn constructeurs vaak wat “blauwere”, introverte types. Ze moeten opboksen tegen meer extraverte, “rode” persoonlijkheden in uitvoering of management. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee. Dat vraagt ook om competenties, zelfwaardering en erkenning vanuit de branche.’
‘Daarnaast is de titel niet beschermd. In Nederland mag in principe iedereen zich constructeur noemen en berekeningen indienen. Dat betekent dat een zeer ervaren constructeur en iemand met beperkte praktijkervaring juridisch in dezelfde positie kunnen zitten. Dat vind ik lastig uit te leggen.’
Hoeveel geregistreerden zijn er nu?
‘Op dit moment 429 RC’s, 84 RO’s en 22 RT’ers. Terwijl er ooit is gezegd dat er zo’n zevenduizend constructeurs in Nederland zijn. Er is dus nog een wereld te winnen.’
Waarom groeit het register niet sneller?
‘Omdat registratie niet wettelijk verankerd is. En zolang opdrachtgevers het niet eisen, blijft het schipperen. Mensen zeggen: ik weet zelf wel dat ik goed ben. Of: het kost tijd. Of: het wordt toch niet gevraagd.’
Critici zeggen: ook geregistreerde constructeurs maken fouten.
‘Dat klopt. Maar iemand met een rijbewijs kan ook een aanrijding veroorzaken. Dat betekent niet dat we het rijbewijs moeten afschaffen. Registratie is geen 100 procent garantie, maar het verhoogt aantoonbaar het niveau en zorgt dat mensen hun kennis bijhouden.
‘Bij medici is het vanzelfsprekend dat je BIG-geregistreerd bent en blijft. Waarom zouden we bij constructieve veiligheid minder eisen stellen?’
Wat is er nodig om het register te laten groeien?
‘Wettelijke verankering zou enorm helpen. Of in elk geval dat publieke opdrachtgevers zoals Prorail en Rijkswaterstaat registratie standaard eisen. Je ziet dat sommige partijen al namen checken op de website. Dat juich ik toe. Maar er is ook iets nodig van de beroepsgroep zelf: zelfwaardering. Je wilt toch laten zien dat je goed bent?’
Zijn er positieve ontwikkelingen?
‘Ja. Na recente instortingen is er meer aandacht voor constructieve veiligheid. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft aanbevelingen gedaan en er zijn nieuwe richtlijnen rond onafhankelijke toetsing. Dus het beweegt wel.’
Wat zou u zeggen tegen een constructeur die twijfelt?
‘Als je de ervaring hebt en je kunt het worden, waarom zou je het niet doen? Het staat beter richting opdrachtgevers. En het laat zien dat je bereid bent je vak serieus te nemen en bij te blijven. Constructieve veiligheid is te belangrijk om aan toeval over te laten. Laat zien dat je staat voor je vak.’
Bouw jij straks aan de constructies van de toekomst?
Jouw carrière in de beton- en staalbouwsector begint hier.
Ben je nieuwsgierig naar het werk van een constructeur, of wil je jouw technische kennis verdiepen? Meld je dan aan voor onze online informatieavond op 25 maart 2026!
Tijdens deze avond maak je kennis met onze drie opleidingen:
Constructeur in Opleiding – 2-jarige mbo+ opleiding
Beton- en Staalconstructies – 1-jarig hbo-schakelprogramma
Constructief Ontwerpen – 3-jarige hbo-masteropleiding
Programma:
18.50 Online inloop
19.00 Algemene introductie opleidingen
19.15 Presentatie docent Constructeur in Opleiding en Beton- en Staalconstructies
19.45 Presentatie Alumnus Constructief Ontwerpen
20.30 Q&A
21.00 Afsluiting
Datum & Locatie: 25 maart 2026, online
Meld je nu aan: aanmeldformulier.
Bij BV/BmS Opleidingen werken we met mensen die kennis hebben, ervaring meebrengen en vooral veel betrokkenheid laten zien. Elke maand spreken we iemand van het team die voor de klas staat of achter de schermen werkt. We vragen waar zij energie van krijgen, waar zij trots op zijn en wat zij willen meegeven aan studenten.
Deze keer spreken we met Hans Galjaard, docent Voorgespannen Beton A en Voorgespannen Beton B. In zijn lessen brengt hij praktijk en theorie op een unieke manier samen. Deelnemers leren niet alleen hoe een berekening werkt, maar vooral waarom — en hoe ze die kennis direct kunnen toepassen in hun werk.
Hans volgde het volledige opleidingstraject, van lagere technische school tot en met de Technische Universiteit. Dankzij die brede achtergrond kan hij uitvoering en ontwerp naadloos met elkaar verbinden. Na zijn studie werkte hij bij adviesbureau Hageman en werd hij universitair docent betonconstructies aan de TU Delft, waar onder meer voorgespannen beton tot zijn vakgebied behoorde.
In 2001 maakte hij de overstap naar Van Hattum en Blankevoort (VolkerWessels). Daar werkte hij als specialist betonconstructies aan grote en complexe projecten, ook internationaal. Naast zijn rol als docent is Hans actief als extern deskundige en betrokken bij de ontwikkeling van richtlijnen voor betonconstructies.
Een bevlogen vakman die zijn kennis met plezier deelt — en daarmee een waardevolle bijdrage levert aan de verdere professionalisering van ons vakgebied.
Wat vind je leuk aan het docentschap?
Ik heb het altijd leuk gevonden om mensen te laten ontdekken dat zij meer kunnen dan zij zelf denken. Zo verbreden zij hun professionele horizon. Dat geldt zeker voor deelnemers die het vak voorgespannen beton volgen en vaak al enkele jaren in de praktijk werken. Ik wil hen laten zien dat het niet primair gaat om sommen maken of formules invullen. Het draait vooral om inzicht ontwikkelen. Begrijpen hoe je iets aanpakt en dat inzicht ook in andere situaties toepassen. Daar hoort voor mij ook bij dat cursisten tegenspraak durven geven en de discussie aangaan.
Wat hoop je dat studenten meenemen na het volgen van jouw vakken?
Het leerdoel van dit vak is dat studenten na afloop zelfstandig een voorgespannen constructie kunnen ontwerpen. In bredere zin wil ik hen leren nadenken over het ontwerpen van betonconstructies en hen bewust maken van alles wat daarbij komt kijken. Dat doe ik door te laten zien waar het bijna misging of door een spiegel voor te houden bij keuzes die zij in de praktijk maken zonder zich af te vragen waarom. Ik hoop dat dit studenten aanzet tot het ontwikkelen van een kritische blik op situaties die zij als constructeur tegenkomen.
Wat maakt jouw vak interessant om te volgen?
Dit vak is, net als veel andere vakken bij BV/BmS, state-of-the-art. Hoewel de nieuwe Eurocode waarschijnlijk pas over een aantal jaar van kracht gaat, gebruiken we de wetenschappelijke inzichten die eraan ten grondslag liggen nu al als basis. Veel van die inzichten bestaan al enkele decennia. Daarnaast is dit buiten de technische universiteiten de enige mogelijkheid om op masterniveau te leren ontwerpen in voorgespannen beton. In Nederland passen we voorspanning breed toe, van kanaalplaten tot grote bruggen.
Welke vaardigheden en kennis krijgen deelnemers na het volgen van de cursus?
Deelnemers leren de fundamentele principes van voorgespannen beton die nodig zijn om zelfstandig constructies te ontwerpen. We behandelen onder andere:
de belastingen die door voorspanning ontstaan
de toegepaste hoogwaardige materialen en systemen
het gedrag van voorspanning in zowel de bruikbaarheidsgrenstoestand als de uiterste grenstoestand
de invloed van kruip en de gevolgen van wijzigingen in een constructie
de juiste detaillering, essentieel vanwege de grote krachten die voorspanning met zich meebrengt
Daarnaast bespreken we voorspanning zonder aanhechting en uitwendige voorspanning. Het is dus een volledig pakket waarmee deelnemers echt vooruit kunnen.
Wat maakt deze cursus volgens jou waardevol in de praktijk?
Voor constructeurs die willen ontwerpen in voorgespannen beton en daar nog weinig ervaring mee hebben, biedt deze cursus een stevige basis. Daarnaast leren cursisten op een andere manier naar betonconstructies kijken. Dat helpt hen om die noodzakelijke kritische blik verder te ontwikkelen.
Interesse gekregen in het vak van Hans of benieuwd naar andere cursussen van BV/BmS Opleidingen? Bekijk onze website.
De cursus Voorgespannen Beton start op 7 april 2026.
Bij de BV/BmS Opleidingen werken we elke dag aan het verbeteren van de opleiding én de leerervaring van onze studenten. Maar hoe ervaren zij dat zelf?
Vandaag geven we het woord aan alumnus Viktor op de Woert. Hij vertelt hoe hij de opleiding heeft beleefd, hoe hij de opgedane kennis toepast in de praktijk en welke tips hij heeft voor toekomstige studenten.
In juni 2025 studeerde Viktor cum laude af aan de Masteropleiding Constructief Ontwerpen. Hij werkt als constructeur en zet zijn uitgebreide kennis dagelijks in om complexe projecten tot een succes te maken.
Wat was jouw belangrijkste motivatie om deze masteropleiding te volgen?
Na enkele jaren als project engineer en project manager te hebben gewerkt wilde ik dieper de materie induiken. Ik ben toen overgestapt naar de functie constructeur en gelijktijdig met de opleiding gestart. Hoewel ik reeds een technische masteropleiding had afgerond (Lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft), was mijn specialisatie niet gerelateerd aan constructief ontwerpen. Bij de opleiding Constructief Ontwerpen zocht ik een brede en gedegen basis waarop ik een leven lang kan bouwen.
Wat vond je inhoudelijk van de opleiding?
De opleiding biedt een brede basis en behandelt de theoretische mechanica, waarna wordt doorgebouwd op toegepaste mechanica en de toepassing ervan volgens de normen. Ook de ontwerpcompetenties komen aan bod, waarmee de driejarige opleiding inhoudelijk alles omvat wat een constructeur nodig heeft om zelfstandig te construeren.
Sluit de opleiding voldoende aan bij de praktijk?
Zeker. Met name de specifieke staalvakken (ik heb de staalspecialisatie gevolgd). Deze zijn één-op-één toepasbaar in de praktijk.
Hoe heb je het niveau van de docenten ervaren?
De opleiding heeft zowel hele ervaren docenten van o.a. de TU Delft en TNO, als docenten met vele jaren ervaring als constructeur. De docenten zijn allen kundig en delen graag hun kennis.
Waarom heb je voor BV/BmS Opleidingen gekozen?
Na de positieve ervaringen van collega’s was mijn keuze snel gemaakt. Deze opleiding is het meest compleet, biedt alle noodzakelijke theoretische achtergronden én sluit perfect aan bij de praktijk. Bovendien is de lesdag op dinsdagmiddag en -avond goed te combineren met hobby’s en een gezinsleven in het weekend.
Hoe pas je de opgedane kennis en vaardigheden nu toe in je werk?
Ik ben gelijk met de start van de opleiding als constructeur aan de slag gegaan. Iedere dag als constructeur gebruik ik de kennis die ik heb opgedaan. Niet alleen de juiste toepassing van de Eurocode, maar ook andere essentiële vaardigheden, van een snelle handberekening tot een uitgebreid eindige elementenmodel. Daarnaast profiteer ik ook van de brede basis zoals de professionele vaardigheden, waardoor ik goed kan samenwerken met bijvoorbeeld betonconstructeurs en geotechnici.
Hoe heeft de opleiding jouw professionele ontwikkeling beïnvloed?
Door het volgen van de opleiding ben ik veel sneller ervaren en zelfstandig geworden.
Welke tips zou je toekomstige studenten geven om het meeste uit de opleiding te halen?
Zorg dat je vanaf de start van de opleiding ook daadwerkelijk als constructeur aan de slag gaat. Je leert veel sneller als je meerdere uren per week actief aan het construeren bent. Dit verbetert niet alleen je studieresultaten, maar geeft je direct inzicht in de praktijk. Je ziet waarvoor je het doet, begrijpt de samenhang beter en dat maakt het studeren nog leuker.
Bij BV/BmS werken we met mensen die kennis hebben, ervaring meebrengen en vooral veel betrokkenheid laten zien. Elke maand spreken we iemand van het team die voor de klas staat of achter de schermen werkt. We vragen waar zij energie van krijgen, waar zij trots op zijn en wat zij willen meegeven aan onze huidige en toekomstige deelnemers.
Vandaag: docent Michel Pegman. Hij geeft als docent bij BV/BmS opleidingen de vakken Construeren Staal 2 en Wiskunde. In zijn lessen legt hij steeds de link tussen ontwerpkeuzes en rekenen, zodat studenten snappen waarom een oplossing werkt.
Michel studeerde civiele techniek en werkte vanaf zijn eenentwintigste aan staalconstructies, vooral aan stalen bruggen. Na jaren bij een ingenieursbureau stapte hij in 2013 over naar het hbo omdat samen leren in dit vak hem veel energie geeft. Hij volgde de HTI-opleiding staalconstructeur en rondde in 2017 de masteropleiding van BV/BmS Opleidingen af.
Sinds begin 2025 werkt Michel bij Haskoning aan onderzoek en ontwerp van vaste en beweegbare stalen bruggen voor onder meer Rijkswaterstaat. Die praktijkervaring gebruikt hij in de klas zodat studenten zien hoe theorie en toepassing bij elkaar passen.
Wat vind je leuk aan het docentschap?
Ik vind dat leren niet zozeer over kennis of inzicht gaat (natuurlijk is dat wel nodig) maar vooral over ontdekken waar kwaliteiten liggen en welke leerstijl je ligt. In mijn ogen laat de docent de weg zien en gaat de cursist op ontdekkingsreis terwijl de docent op afstand meeloopt. De cursist zal daarbij steeds obstakels moeten overwinnen. Dat is een uitdaging maar overwinnen geeft ook vertrouwen! Ik geef elke cursist de aandacht die hij/zij op dat moment nodig heeft om dat te kunnen doen. Als ik achteraf zie dat een cursist uiteindelijk helemaal zelfstandig van probleem naar oplossing is gekomen dan hebben we samen ons doel bereikt. Dat geeft mij als docent zoveel energie! Dat maakt het lesgeven leuk.
Wat hoop je dat de studenten meenemen na het volgen van jouw vak?
Dat leren vooral ontdekken is en je veel meer kunt dan dat je van tevoren had gedacht (mits je de ambitie hebt natuurlijk).
Wat maakt jouw vak interessant om te volgen?
Staal 2 heeft als onderwerpen lineaire en niet-lineaire rekenmodellen, maar dat is eigenlijk niet waar het echt over gaat. Cursisten die beginnen aan dit vak zijn gewend om bouwconstructies in rekensoftware te modelleren en zonder voldoende inzicht op de rekenknop te klikken. Wat er op de achtergrond gebeurt en waarom de gekozen instellingen passend zijn bij het doel van de berekening zien zij op dat moment niet. Een rekenmodel moet passen bij het doel dat je als ontwerper voor ogen hebt. En de doelen stem je weer af op onder andere het bezwijkgedrag of eisen met betrekking tot bruikbaarheid. Daar gaat het vak echt over. Wat kan er allemaal gebeuren met de constructie, met welke model krijg je realistische en betrouwbare resultaten en hoe valideer je dat? Het dieper nadenken en analyseren van bouwwerken voordat je gaat modelleren is de uiteindelijke leeropbrengst en dat is misschien wel één van de meest waardevolle dingen die je als ontwerper kunt bezitten. Dat leren maakt mijn vak interessant!
Wat doe je graag in je vrije tijd?
Je vind mij regelmatig in de sportschool, of met een gitaar in de hand, in het filmhuis, in een goed restaurant en soms op een festival of in de natuur wandelend of hardlopend!
Interesse gekregen in het vak van Michel of benieuwd naar andere cursussen van BV/BmS opleidingen? Bekijk ons aanbod op de website!
De cursus Construeren Staal 2 start op 7 april 2026.
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: studenten scoren te laag op Wiskunde en Mechanica. Hoe krijgen we het niveau weer omhoog?
Bij veel technische opleidingen klinkt de roep om beter wiskundeonderwijs. Ook bij BV/BmS maken docenten zich zorgen over het basisniveau van nieuwe studenten, dat volgens sommigen te laag is. Hoogleraar Max Hendriks nuanceert die discussie. ‘Het is te makkelijk om te zeggen dat het niveau daalt. Veel studenten zijn het gewoon even kwijt. Dat is iets anders.’ In dit interview kijkt hij verder dan de klacht, en richt hij zich op wat docenten, opleidingen en studenten zelf kunnen doen.
Je hoort vaak dat het basisniveau Wiskunde en Mechanica bij studenten te laag is. Herken je dat?
‘Ik hoor die klacht zeker, ook aan onze eigen faculteit Civiele Techniek in Delft. Maar ik betwijfel of het klopt. Studenten die hier beginnen, hebben allemaal wiskunde B gehad op het VWO, en dat niveau is gewoon goed. Ik daag iedereen uit om zelf eens een wiskunde B examen te maken. Ook internationaal, zeker binnen Europa, scoort Nederland nog steeds hoog in de PISA-scores.’
Hoe komt het dat docenten toch het gevoel hebben dat het niveau daalt?
‘De kennis van eerstejaarsstudenten is vaak wat weggezakt, bijvoorbeeld door een tussenjaar of omdat ze met veel verschillende dingen tegelijk bezig zijn. Vroeger richtten studenten zich meer op één vakgebied; nu spreiden ze hun kansen en combineren ze studie, werk en andere bezigheden. Daardoor is hun kennis soms wat naar de achtergrond verdwenen tegen de tijd dat ze aan hun opleiding beginnen.’
Wat kunnen docenten doen om studenten beter te laten starten?
‘Laat bij de eerste les al zien wat je verwacht. Geef een zelftoets of een paar basisopgaven. En maak gebruik van blended learning. Er is genoeg materiaal beschikbaar, van video’s en uitlegmodules tot interactieve oefeningen. Studenten kunnen dan zelf checken of hun kennis nog op niveau is, en docenten weten beter wat ze kunnen verwachten. Dat voorkomt veel frustratie.’
Is dat niet al geregeld via zomercursussen of opfrismodules?
‘De TU Delft biedt inderdaad opfriscursussen aan in de zomer, en dat helpt. Maar je kunt het ook kleinschaliger per vak doen. Een paar opgaven aan het begin van je cursus zijn al genoeg om het gesprek over niveau op een positieve manier te starten.’
Dus de oplossing ligt bij docenten?
‘Niet alleen. Ook opleidingen hebben wat te doen. Met name Civiele Techniek heeft te maken met een imagoprobleem. Studenten die Natuurkunde gaan studeren, scoren gemiddeld rond de 8 voor wiskunde B. Bij Civiele Techniek is dat gemiddeld een 7. Blijkbaar denken scholieren: bij Natuurkunde heb je echt wiskunde nodig, bij Civiele Techniek wat minder. Dat klopt natuurlijk niet.
‘Ook binnen Civiele Techniek is een stevige basis belangrijk. Je moet zekere uitspraken doen op basis van onzekere data, bijvoorbeeld bij bestaande constructies met deels onbekende eigenschappen, en de wisselende omstandigheden die daarbij horen, zoals windbelasting. Daarvoor heb je voldoende wiskunde nodig, en met name statistiek. Er ligt een taak voor ons allemaal om al eerder duidelijk te maken wat er bij Civiele Techniek van je wordt verwacht.’
Heb je ook een advies aan studenten zelf?
'Realiseer je dat je mogelijk bepaalde onderdelen mist, zoals statistiek, dat nauwelijks in wiskunde B zit. De toekomstige curriculumherziening, waarbij wiskunde A/B/C/D verdwijnt en plaatsmaakt voor M/M+/N/N+, gaat daar hopelijk iets aan doen. Tot die tijd is het belangrijk dat studenten weten wat ze niet geleerd hebben, en waar ze eventueel moeten bijspijkeren.’
En wat kan het voortgezet onderwijs doen om beter aan te sluiten?
‘Kleine dingen kunnen al helpen. Gebruik niet altijd X en Y als variabelen, maar wissel eens af met T of O. Dat klinkt simpel, maar voor veel leerlingen zijn dat al grote stappen. Test jezelf: wat is de afgeleide van ex naar variabele e waarin x een constante is? Ik vermoed dat je daar meer dan een seconde over moet nadenken. Ik in ieder geval wel. En breng wiskunde meer in context. Laat zien dat het geen trucje is, maar een gereedschap om echte problemen aan te pakken. Zo leren leerlingen al eerder nadenken: hoe helpt wiskunde mij straks bij de vraagstukken die ik in de praktijk wil oplossen?’